JL: enters the room
JL: We waren aldus in Canada - ergens tussen
de walvissen enzo - wil je daar verder blijven
of keren we terug naar het ziekehuis
of gaan we naar een ander land?
verpleegster: enters the room
verpleegster: enters the room
JL: We waren aldus in Canada - ergens tussen
de walvissen enzo - wil je daar verder blijven
of keren we terug naar het ziekehuis
of gaan we naar een ander land?
verpleegster: ik wil ook wel croissantjes eten op een frans terrasje-lekker mensen kijken maar dan kijk je niet zo ver
(sorry ik had wat opstartproblemen met de computer)
JL: De walvissen zijn in franstalig gebied van Canada.
We kunnen zeker een terrasje. Naar de mensen
en de walvissen kijken.
Na een kleine stilte zou ik je vragen; je
huis staat in brand. Wat red je uit je huis?
Je walvis of je schilderij van Van Gogh?
verpleegster: enters the room
verpleegster: Ik denk mijn walvis, want ooit las ik als kind een boek waarin verteld werd dat je opgegeten kon worden door een walvis-ja da's even vervelend-maar dan... Een huis met gangen, eindeloos lang, en hoekjes waar je bij kaarslicht in slaap kon vallen. Heb ik toch nog een huis.
JL: We kijken verder naar de mensen en walvissen
(die eten 20 uur per dag - dat zijn heel veel mensen
per dag)
Ik kan mijn mond niet houden en vraag je dan maar; Jamaar, stel
je moet kiezen tussen een schilderij die miljoenen
waard is en je goudvisje - die kan jou niet opeten?
verpleegster: enters the room
verpleegster: Ja dan toch maar dat schilderij-dan kan ik namelijk een nieuw huis kopen en een nieuwe goudvis-was toch al wat bejaard. En eigenlijk vind ik ze ook een beetje stom.
Heb je ooit gezwommen tussen een school vissen? 't Is net of ze allemaal een hapje willen.
JL: (Zucht.)
Ik dacht dat je voor de natuur zou kiezen
en niet voor de mensheid.
verpleegster: enters the room
verpleegster: Zit een beetje in me 'geworteld'-daarom koos ik dit vak ook- en zou ik nu niet met jou zitten praten. Nog een kopje koffie?
JL: Misschien kunnen we overschakelen
naar een aperitief.
We zitten nog altijd op het terrasje -
mensen en walvissen alom.
We zitten ook nog altijd in de geest
van een zieke,
Kleine stilte.
En dan de vraag die een man altijd stelt
aan een vrouw als ze zwijgzaam is; Aan wat denk je?
Dezelfde vraag ook dat een man altijd stelt
aan een vrouw nadat ze liefde hebben bedreven>
verpleegster: enters the room
verpleegster: En dan zeggen die vrouwen vaak:"niks"-net als mannen trouwens.
Maar ik denk ook wel aan wat voor rare wezens mensen eigenlijk zijn;ze hebben -bijna- altijd twee benen en armen. Je weet wel als er een kindje geboren wordt kijken ze meteen of alles er wel 'aan' zit. Ena ls ze zo klein zijn willen ze gewoon eten en veel knuffelen en poepen. Als ze groot worden willen ze allemaal ingewikkelde dingen, heeft ieder weer zijn eigen gebruiksaanwijzing, ik bedoel de buitenkant is nagenoeg eender alleen die binnenkant blijft onzichtbaar-eigenlijk ook wel weer mooi.
JL: Ze willen inderdaad allemaal ingewikkelde dingen
ook misschien omdat ze het ingewikkeld willen
Ik denk vaak dat je veel van je eigen
onzekerheden projecteert in de andere.
Dus
De andere is misschien slechts een
onzekere versie van jezelf.
(Intussen schudden de walvissen met hun
hoofd.)
verpleegster: enters the room
verpleegster: (De mensen inmiddels ook)
Be je weleens bang?
JL: Uiteraard.
Vooral van injectienaalden.
verpleegster: En dat je alleen blijft?
JL: Vooral als ik ziek in bed (of in een
ziekenhuis) lig.
En jij?
verpleegster: Als het heel hard onweert en voor slangen.Vroeger vond ik het ziekenhuis ook eng,zelfs in het begin toen ik er ging werken.Al die zieke mensen.Ik denk nog wel eens aan alle geesten die er moeten rondwaren.
JL: En dat je alleen blijft?
verpleegster: Ja, bang om niet meer 'speciaal' voor iemand(en) te zijn, maar anoniem in de massa op te gaan.
JL: (mooi antwoord)
Hoe dan ook
Nog altijd het terrasje.
De zon begint onder te gaan.
Waar gaan we naartoe?
verpleegster: (sorry ik moest even naar de telefoon)
Lekker hapje eten in een rumoerige, warme herberg, waar ze een open haard hebben en veel kaarsen.En lekker bier.
JL: Dan moeten we naar het noorden rijden>
Noordelijke oever van de St Laurent>
Klein dorpje - een herberg.
Er zijn niet zoveel mensen
maar het is er wel warm
We zitten aan een tafel - kaarslicht -
openhaard - zuivere romantiek.
Op het menu staat er vooral kreeft
verpleegster: Dat is lekker-en leuk want dan moet je zo'n slab om.En als toetje wil ik zeker chocolademousse.En als ik het niet op kan wil ik het wel delen.
JL: Ik wil ook wel chocolademousse.
Drinken we matig of teveel?
verpleegster: Te veel.
JL: Dus - we vertoeven nu in de zevende hemel.
En om het ook daadwerkelijk aan te voelen
gaan we naar een heuvel waar we het
noorderlicht kunnen zien.
Dat is pas magisch
verpleegster: En dan al die sterren die als bosjes naar beneden lijken te vallen.En als je dan een vallende ster ziet, mag je een wens doen.
JL: Zijn we uiteindelijk dan toch gelukkig?
verpleegster: (Zucht)-ik vind van wel.
JL: (zucht ook)
Ja. Ik hoef niets meer te wensen.
Ik heb wat ik graag zou willen; Op een heuvel\
in Canada met een vrouw naar het noorderlicht kijken
en de vallende sterren kijken - arm in arm
verpleegster: Lekker he,dromen.
JL: Prachtig
(een paar spelbrekers - ze komen hier weer
met het eten binnen - ik vrees dat we moeten afsluiten-
alweer een prettige ervaring -
indien je zaterdag niet kan komen
stuur ik je mijn tekst op -
maar ik zou graag dit gesprek willen
verder zetten - als je zin
en tijd hebt - ook als inspiratie voor
het toneelstuk -
verpleegster: Ik kom zaterdag wel, ik ben erg benieuwd.Vind het erg leuk, wil dat gesprek ook best verder zetten.
JL: Met dank
Eeuwig verplicht.
Tot zaterdag