Monologue:

© Jeroen Thijssen 2000




Yama betreedt het slagveld op een os. De zon gaat rood onder. Aan de lijken onstnappen jammerende zielen.

Yama:
Huil maar, jammer maar. Wie heeft je beloofd dat je eeuwig zou leven? Wie? Rammel nu botten en knars met kiezen. De doodsgod gekomen om je laatste verlangens uit te wissen.
Huil maar! Wolven zullen je dode vlees verslinden en waar is je vijand? Het vlees was je vijand.
Hij kijkt om zich heen en loopt naar het midden alsof hij iets zoekt.

Yama: 
En maar roepen dat ik wreed ben. Ík? Ik ben een zuchtje op een ziedende zee. Wie heeft je meegenomen naar dit veld? Wie zei dat jij de vijand moest slaan en de vijand jou? Nou dan. Altijd krijgen de goden de schuld. Stommeling! Dode pias. Je vrouw zal om je schreeuwen en je kinderen om je huilen, of dat mogen we hopen. Vocht je hier voor vrede? Prachtig woord, prachtig! Maar jij vocht, en dat wás de oorlog. Niet de vrede. Kanon of zwaard, dat maakt niet uit. Ach, het gemak waarmee de levenden vechten om de doden.
Tijdens het praten scharrelt hij tussen de lijken en houdt opeens een hoofd omhoog aan de haren.

Yama: 
Kijk eens! Bijna niet gebruikt.
Hij scharrelt verder, houdt met misprijzend gezicht een been op en gooit het weer weg over zijn schouder.

Yama:
Nu huilen je vrouw en je kinderen. Maar hielden ze je tegen toen je hierheen ging? Heeft je vrouw niet vol bewondering naar je uniform gekeken, even een rever goedgeschikt? Eva gaf Adam geen appel, maar een zwaard.
Hij stopt een ander been in zijn zak en nog een. Intussen praat hij gewoon door.

Yama: 
Vechten voor vrede! De mens is een slagveld van zichzelf. Cellen bevechten elkaar om het bloed! Enzymen verteren je vlees, dat nog niet eens koud is! Weet je wat er gebeurt in jouw hoofd? Nu? Nee, hé? Alles wat er inzat viert nu feest in jouw hersens. Enzymen, vitaminen, dopaminen! Ze dansen op je regenboogvlies en doen zich te goed aan je cortex. Samen maken ze alles tot pap, tot pap! Jouw hersens, die heilige troon, die zetel van je gedachten, centrum van je Ik. Ze zagen, ze bijten, ze hakken. Sinds je geboorte hield je ze vast in de klemmen van jouw systeem. Levend deden ze wat jij wilde, nu zijn ze los. Zo vecht je nog als je dood bent. Dat is pas wraak!
Hij zoekt een dik lijk, sleept het naderbij en voelt of het goed veert. Dan gaat hij behaaglijk zitten

Yama: 
Dat is beter.
Hij haalt de ledematen uit zijn zak en zet ze met behendige bewegingen in elkaar. 
Het wordt een groteske pop, van alleen armen, benen en een hoofd.

Yama: Ik zal je wat laten zien.
Hij zet zijn creatuur op de grond. Het begint als een opwindbeestje te bewegen en roept schril.

Pop: 
Val aan, val aan, val aan!
Yama lacht luid.

Yama: 
Zie de mens!
De pop beweegt drie slagen en krijst

Pop: 
Oorlog! Oorlog! Oorlog!

Yama: 
Mens, je naam is beest.

Zwart
 
 

"Forum" Give your reaktion
 
 

<