Stoeptegels:

© Heleen Volman 11 april 2000

Avond, mijn passen zijn groot. Ik loop. Ik zie ze van ver en weet het meteen.
Het gebeurt me steeds vaker, de laatste tijd. Stoeptegels, sterrenlucht, waar zal ik kijken?
Ik ben er bijna nu, stevig adem ik in. Ik kom voorbij, ze mompelen iets, stoten elkaar aan.
Ze zijn met vier of vijf. Roepen en fluiten. Stoeptegels. Armen om me heen , jas tegen me aan, adem nog steeds niet uit. Niet meer dan een ogenblik? Ik ben voorbij gekomen. De blikken voel ik nu in mijn rug. Het ligt niet aan mij, heeft mijn broer gezegd. Waarschijnlijk denkt de slager daar anders over. En mijn moeder? Ze heeft het me nooit verteld.
Heb jij daar weleens over nagedacht, wat de mensen zien als jij voorbijkomt? Mijn passen worden nog groter. Ik ren naar huis. Ik moet het zien. Zien waar ik nog nooit bij heb stilgestaan. Vreemd. Ik kan me er niets bij voorstellen... als ik voorbijkom. Ik sta voor de spiegel en kijk. Die ogen, die neus, die mond, die haren, die jas. De jas trek ik uit. Trui uit, t-shirt uit, broek uit, alles uit. Die voeten, die benen, die billen buik borsten. Ik sta voor de spiegel en kijk. Ik loop dichter naar de spiegel en kijk. Ik loop voorbij de spiegel en kijk. Ik kijk en voor de allereerste keer in mijn leven denk ik 'dat zien ze dus als ik voorbij kom'. Langzaam loop ik naar buiten. Geen stoeptegels, geen sterrenlucht, maar recht vooruit. Ik glimlach. Fluister 'wil je een spiegel, dan kun je naar jezelf kijken'. Alsmaar naar jezelf kijken. En dan opeens, zal het zijn alsof je jezelf nog nooit gezien hebt. De verrassing van je leven.

 
 


"Forum" Give your reaktion
 
 

<