DIALOGUE

© Esther en Ton Herbrink 15 September 2000

(Pietje Bel komt op in camouflagepak. Voor de onwetende kijker: Pietje Bel is één van onze literaire helden, hoofdpersoon uit een populair jongensboek van zo'n 25 (?) jaar geleden. Pietje bel: een Hollandsche kwajongen met een goed hart)
Ton Soldaat: enters the room
Pietje Bel: Dus u was erbij?
Ton Soldaat: Ik was erbij..
Ton Soldaat: in '44 in Normandie
Pietje Bel: Ik heb alle films gezien!
Ton Soldaat: Als je alle films hebt gezien, dan heb je niet de echte realiteit van de oorlog gezien. De meeste films zijn namaak.
Pietje Bel: Het enige Nederlandse legeronderdeel! Hollandse jongens, opgeleid in Engeland! Ik heb over u gelezen!
Dan heb je het boek van Hanny Meijler gelezen dat heet 'ik zou weer zo gek zijn'
Pietje Bel: En....zou u weer zo gek zijn?
Ton Soldaat: Als ik nu dezelfde leeftijd had als toen.....zou ik zeker weer zo gek zijn. Zodra je 81 bent, gaat dat niet zo goed meer.
Pietje Bel: Hoe de kleppen van de landingsvaartuigen opengaan, dat hebben we allemaal gezien, op de films, en dan stopt de film al snel...hoe ging het verder?
Ton Soldaat: Toen de kleppen van de landingsvaartuigen opengingen, moesten we het water in om op het strand te komen. Intussentijd werden van de walzijde door de Duitsers ggeschoten met artillerie en mitrailleurs. Gelukkig hadden we onze scheepsgeschut die de vijand belette om gericht vuur uit te brengen.
Pietje Bel: En dan het land op...
Ton Soldaat: Zodra we aan land waren, was het voor ons iets gemakkelijker omdat de vijand reeds teruggedrongen was door troepen die voor ons waren geland.
Pietje Bel: Heeft u de vijand gezien?
Ton Soldaat: In de tegenwoordige oorlog zie je de vijand zelden. De wapens dragen vele meters artillerie zelfs vele kilometers. De eerste vijandelijke soldaat die ik tegenkwam was toen wij in Varaville zaten.
Ton Soldaat: Dat was een scherpschutter. Ondanks dat bracht hij geen gericht vuur. Had hij dit wel gedaan, dan had ik dit verhaal nu niet kunnen vertellen.
Pietje Bel: En? was de vijand zoals u verwachtte?
Ton Soldaat: Alle troepen van de vijand waren goed opgeleide mensen, maar de ene vijand was niet gelijk aan de andere. Zodra je mensen tegenkwam van de SS, dan waren dat, ik zou durven zeggen, bloedhonden.
Ton Soldaat: Anderen gaven zich veel gemakkelijker over wanneer ze in de gevarenzone zaten.
Pietje Bel: Kunt u zich nog één van die jongens herinneren?
Ton Soldaat: Jawel. Natuurlijk kan ik me wel meer dan 1 van die jongens herinneren. Maar ik zou nu veel liever willen spreken over het geweld.
Ton Soldaat: Ik heb eerder gezegd dat ik geweld haat. en dat ik er toch noodgedwongen aan mee heb moeten doen om grof geweld te gebruiken.
Pietje Bel: Had u verwacht dat u dat kon?
Ton Soldaat: Gedurende de opleiding raak je daar al enigszins aan gewend. Zij het dat je daar dan al enigszijn aan gewend raakt. In de opleiding is er geen echte vijand. En ze schieten niet met scherpe patronen op je.
Ton Soldaat: Toen de invasie dichterbij kwam, was de gedachte aan geweld veel indringender aanwezig omdat je wist dat de invasie met scherp zou geschieden aan beide kanten.
Ton Soldaat: en dat was wel even moeilijk. Het is wel gek, maar zodra er geschoten werd, en je kon de situatie enigszins overzien was de angst verdwenen en dacht je alleen maar aan lijfsbehoud van je kameraden en jezelf.
Pietje Bel: Komt er een moment achteraf dat je beseft wat er is gebeurd? Hoe is het om zo'n herinnering te hebbn?
Ton Soldaat: Natuurlijk komt er na elke gebeurtenis een moment dat je beseft wat er gebeurd is. Heel in het bijzonder wanneer je bij die actie eigen mensen of collegae hebt verloren. Dat blijft niet alleen direct na de gebeurtenis....Dat blijft aan je vreten.
Pietje Bel: Wat is het dat het meeste pijn doet aan zo'n herinnering?
Ton Soldaat: Je denkt op die momenten altijd 'had ik de actie misschien anders moeten doen'?Misschien dat ik dan die collegae nog had. Maar dat is niet te veranderen uiteraard. En ik denk dat DAT juist de pijn is. Pietje Bel: Zo bleef je de situatie natuurlijk steeds weer. Een (wellicht onmogelijke) vraag. U zou jong zijn in deze tijd. Zou u in het leger gaan? Zou u bijvoorbeeld deel willen nemen aan vredesoperaties in het buitenland?
Ton Soldaat: Als ik nog jong zou zijn, zou ik net als ik toen ik jong was, gedaan heb, in het leger blijven. en dus nu in het leger gaan. Deelnemen aan vredesoperaties is natuurlijk heel iets anders dan daadwerkelijk oorlog voeren. Bij vredesoperaties zijn er momenten dat er gebruik gemaakt MOEST worden van wapens, maar dat is niet de opzet van vredesoperaties.
Ton Soldaat: Daarbij moet ik, als ik de huidige gang van zaken in beschouwing neem, vraagtekens zetten bij deelname. En waarom? Omdat ik vind dat troepen zijn uitgezonden en opdrachten gekregen hebben die niet in overeenstemming waren met de bewapening die ze meekregen.
Pietje Bel: Maar zou het anders zijn wanneer het niet ging om het verdedigen van uw eigen land?
Ton Soldaat: Ik zal hier verder niet over uitweiden omdat ik dan in politieke zaken verwikkeld raak.
Pietje Bel: Wat is voor u een held?
Ton Soldaat: (lacht)Wat moet ik daar nou op zeggen?
Pietje Bel: tja
Ton Soldaat: Wat bedoelt u hiermee? Bedoel je of ik een held ben op het oorlogsveld? Of omdat ik mij niet in politieke zaken wil mengen?
Pietje Bel: U bent een held omdat u met gevaar voor uw eigen leven meegeholpen heeft aan de bevrijding. Maar ik wil weten wat U als een held beschouwt.
Ton Soldaat: (denkt diep na)
Ton Soldaat: Als je zegt dat iemand een held is omdat ie met gevaar voor eigen leven meegeholpen heeft aan de bevrijding, dan wil ik dat wel onderschrijven. Maar dat wil niet zeggen dat elke soldaat aangemerkt kan of moet worden als een held.Je kunt gewoon meelopen en een ander het werk laten doen. Maar je kunt ook anderen stimuleren om er flink tegenaan te gaan. En als ze dat dan goed uitvoeren, vind ik dat die soldaten helden zijn.
Ton Soldaat: Dat wil niet zeggen dat deze helden dan allemaal een onderscheiding moeten hebben.
Pietje Bel: Wanneer wel?
Ton Soldaat: Je kunt natuurlijk zeggen dat elke soldaat die zijn taak goed heeft uitgevoerd, eigenlijk een onderscheiding verdient. Maar ik bedoel daarmee te zeggen dat je toch wel iets extra's hebt moeten doen om een onderscheiding te krijgen.
Ton Soldaat: Ik spreek dan niet zozeer over herinneringsmedailles, want die krijgt elke soldaat. Die hebben wij gehad en de huidige militairen die in Bosnie en zo geweest zijn krijgen die ook bij terugkeer. Ik heb het meer over dapperheidsonderscheiding.
Pietje Bel: Wat is moed?
Ton Soldaat: Ik vind het erg moeilijk om 'moed' te omschrijven. Ik denk dat elke soldaat een eigen invulling heeft van wat 'moed' is. Maar als ik dan toch een poging waag, dan zeg ik 'iemand heeft moed getoond wanneer hij onder zeer zware, moeilijke omstandigheden zijn taak toch tot een goed einde heeft willen en kunnen brengen'.
Ton Soldaat: En daarbij niet in de eerste plaats aan zichzelf heeft gedacht.
Pietje Bel: ......

 
 


"Forum" Give your reaktion
 
 

<