From behind my desk  

© Paul Salome 14 September 2002

Paul Salome, Dutch Doktor September 14 2002

Geweld beleef ik achter een buro.
Zittend in een stoel. Luisterend en tiepend op mijn PC. Ze slaan me niet. Ik sla ook niet. Ik ben een gemiddelde Nederlandse man, die in zijn broek schijt als er geslagen wordt.
Ze schelden mij niet. Ik scheld ook niet. Ik luister. Naar de gevolgen van het geweld. Naar hoe mensen geweld verwerken, of niet. Geweld dat hun overkwam. Waaraan ze wel of niet deel hebben genomen, maar waar ze op de ene of de andere manier littekens op hun huid of op hun ziel mee opliepen. Ik handel met de pijn en het bloed, met de tranen en de onzekerheid. Ik kijk naar het verlies van zelfvertrouwen en praat moed in en hecht de wonden.
"Ja", zegt de man tegenover mij. "Ik moest inderdaad wat lang wachten, maar dat geeft niet. Ik kwam mijn maat Willem tegen. We kennen mekaar nog uit IndiŽ. Je weet wel. Daar hebben we met elkaar gelegen in 1948."
Zonder dat ik iets vraag duikt met enige regelmaat het nederlandse Vietnam op. Soms met, soms zonder tranen. Maar altijd met een litteken.
Bij de controle van een mevrouw voor haar slechte longen valt het iedere keer weer op. Het nummer, getatueerd op haar arm. Komt nog van Auschwitz. Weet je wel.
En gisteren die jongen. Hij is nu student. Hij woont nog wel thuis, kan die sparen voor zijn vakantie. Is een stuk goedkoper, thuis. Werd met een staaflantaarn op zijn been geslagen, omdat hij, per ongeluk, tegen een auto aanliep die afsloeg, waar hij op het voetpad aan het oversteken was. De afdruk van de lamp stond blauw in zijn vel. Gloeide, maar dan niet van licht.
Dat soort geweld, snap je. Achteraf. Doet me altijd weer afvragen wat geweld nu eigenlijk is. Geweld voor de marinier in Afghanistan is anders dan dat voor de jongen in de snack-bar. Anders voor de man in Gaza dan voor het lastiggevallen meisje in het park. Allemaal hebben ze wel achteraf de pijn.
De kapper, waar ik vanmiddag was, was het niet met me eens. Hij zei dat geweld zo opgeklopt werd vandaag de dag. Vooral door die psychologen of psychiaters ofzo. Die lullen net zo lang totdat er wel iets ellendigs naar boven komt. Allemaal zo soft tegenwoordig. Iedereen heeft in zijn leven wel iets ergs meegemaakt, toch. Daar moet je over lullen, doorgaan en er iets van maken. Ja toch?
Ik hecht de wonden, soms pas lang achteraf, voor zo goed en zo kwaad als dat gaat.Ik ben een soort innocent bystander, de duider, misschien die de vinger op de pijnlijke plek legt. De boodschapper die vertelt waar de pijn vandaan komt, die het verband legt tussen nu en toen.
Dat is mijn geweld. Dat is mijn oorlog.


 
 

"Forum" Give your reaktion